Via de blog van Jim West kwam ik op een mij nog niet bekende Duitse biblioblog, waarop een kort stuk – in feite een recensie van een recensie – stond over hedendaags atheïsme.

Normaal gesproken stoor ik me altijd een beetje aan de discussie tussen religie en atheïsme, die in feite een debat tussen doven is. Ik herinner me iets te levendig hoe in de jaren negentig een Herman Philipse pleitte voor een seculiere ethiek omdat religie zou leiden tot moord en doodslag, waarop dan de destijds onbekende VU-professor J.P. Balkenende antwoordde met de opmerking dat de waarheid van de normen van de seculiere ethiek onberedeneerbaar waren, en dat de ongelovige dus ook geloofde.

Dat stoorde me, want als Balkenende hoogleraar was, wist hij vermoedelijk best dat hij ondertussen van definitie was gewisseld (namelijk van “georganiseerd geloof” naar geloof als “datgene wat we aannemen”). Ik zou grote twijfels over de bewering hebben gehouden dat Balkenende werkelijk hoogleraar was, als ik de afgelopen tien, vijftien jaar niet veel meer hoogleraren opzichtig dom heb zien doen.

Ik dwaal af. Terug naar het atheïsme. Dit keer trof een citaat van een zekere “Ron” me als wél doordacht, en ik geef het u hier ter overweging.

Die Neuen Atheisten glauben ebenfalls. Sie vertrauen auf die Ungeschichtlichkeit ihrer vom Positivismus und Pragmatismus geformten Argumente. Sie fangen nicht bei „Null“ an, sondern sind – das ist jetzt meine Perspektive – in einem naturalistischem Positivismus gefangen.(bron)