Ik heb sinds juli geblogd over een reeks onderwerpen: de cultus voor Maria in het vroege christendom en de rooms-katholieke uitwerking daarvan; de moedergodinnen van de ‘nieuwe heidenen’, die vooral zijn geïnspireerd door de verzonnen natuurgodsdiensten van de laat-Victoriaanse periode; en ik zou nu nog iets moeten vertellen over wat feministische theologie wordt genoemd.
Om die te introduceren, heb ik de afgelopen weken geprobeerd aan te geven dat er vrouwen zijn geweest die Jezus volgden, vrouwen die in alles waren als de echte leerlingen, behalve in naam. Nu ik erover nadenk, schiet me te binnen dat de Emmaüsgangers in Marcus 16.12-13 naamloos zijn en dat in de daarvan afgeleide tekst van Lukas (24.19-35) één naamloos blijft, wat opmerkelijk is omdat de evangelisten mensen meestal wel bij naam en toenaam aanduiden. Zou een van de Emmaüsgangers een vrouw zijn geweest?
Het is maar een vraag, maar zelfs de meest behoudende christen kan in de vraag meegaan en erkennen dat ze overweging verdient. De relatie tussen Jezus en de vele vrouwen in zijn omgeving is een relevant onderwerp van discussie. Wie zich bezig wil houden met vrouwen in het vroege christendom, hoeft geen krankjoreme theorieën aan te hangen dat ‘de leerling die Jezus liefhad’ eigenlijk Maria Magdalena was en dat dit de baardeloze apostel was op Leonardo da Vinci’s fresco van het Laatste Avondmaal (dat niet de leerlingen toont maar De Twaalf).
Vrouwen in het vroege christendom zijn een belangrijk onderzoeksterrein. Het is altijd bekend geweest dat ze in de vroege kerk een voornamere rol speelden dan in andere godsdiensten. In een beroemde brief over een christenvervolging vertelt de Romeinse gouverneur Plinius de Jongere dat hij diakonessen heeft ondervraagd, een functie waarvoor in de heidense culten geen parallel bestaat. Langzaam maar zeker zien we dat de vooraanstaande, bijna gelijkwaardige positie van de vrouw in de vroege kerk teruggaat op Jezus’ eigen houding ten aanzien van vrouwen.
Dat is een conclusie van formaat. De man was bereid een schandaal te riskeren – zij het niet tot elke prijs. Vrouwen zonder chaperonne was een toelaatbare provocatie van de gevestigde orde en een voorafschaduwing van het Koninkrijk Gods; vrouwen ‘leerling’ of ‘apostel’ noemen, of ze rekenen tot De Twaalf, was te tactloos.
Het is jammer dat de bestudering van vrouwen in de Bijbel valt onder dat wat wordt aangeduid als ‘feministische theologie’, want tekstuitleg is alleen maar de eerste stap om tot theologie te komen, en de historische conclusie over de belangrijke rol van vrouwen tijdens Jezus’ openbare optreden is een gewoon feit, dat niet liberaal, socialistisch, christendemocratisch, nieuw-rechts, groen-links of feministisch is. Het etiket ‘feministische theologie’ heeft de zaak veel kwaads gedaan.
dec 18, 2011 @ 12:51:31
In Joh 19:25 wordt Klopas genoemd met Maria:
“En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en Zijner moeders zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.”
Als die Kleopas dezelfde is als Klopas, dan was die andere Emmausganger Maria, zijn echtgenote.
Het blijft natuurlijk wat giswerk.
dec 24, 2011 @ 12:11:53
Op basis van Joh 19:25 zou je kunnen veronderstellen dat de 2e Emmaüsganger Maria heette, het stel was getrouwd.
25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala.