[Terug naar deel 1 en deel 2] Als een leerling iemand is die door Jezus werd geroepen, die hem volgde en bijdroeg aan de gemeenschappelijke kas, waren er dan ook vrouwen onder zijn leerlingen? Het Grieks staat het, net als het Nederlands, gewoon toe: als het meervoud hoi mathètai wordt gebruikt, kan dat op zowel mannen als vrouwen slaan. Toch zou je, als er vrouwelijke leerlingen waren, een roepingsverhaal verwachten of op z’n minst het woord ‘leerlinge’, mathètria. De gedachte dat er geen vrouwelijke leerlingen zijn geweest, is ook niet zo wonderlijk: het jodendom was destijds een mannenaangelegenheid.
En toch. Er zijn opvallend veel vrouwen rond Jezus. Het bekendste voorbeeld is de kruisiging en de daarop volgende graflegging. Er is geen redelijke twijfel dat dit authentieke informatie is. In de eerste plaats omdat we het vinden in onafhankelijke bronnen (Marcus en Johannes) en in de tweede plaats omdat het iets is dat een vroege christen, die zijn geloof zo vaak tegenover allerlei onbegrip moest rechtvaardigen, zou hebben verzonnen. Dat je “een gekruisigde praatjesmaker” (om Lucianus te citeren) vereerde was schandalig, en je maakte je zaak er niet bepaald beter op door te zeggen dat er vrouwen bij de zaak waren betrokken.
Lukas verklaart waar die vrouwen vandaan kwamen . Dat was blijkbaar iets dat om een verklaring schreeuwde.
Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het Koninkrijk van God te verkondigen. De Twaalf vergezelden hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna – en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden. (Lk 8.1-3)
Welbeschouwd is dit nog steeds een schokkend beeld. Als een rock ’n’ roll-band met een succesvolle, ongetrouwde zanger en twaalf muzikanten rondreist met drie vrouwen zonder echtgenoot, hebben we allemaal zo onze gedachten. Deze informatie kan niet zijn verzonnen, daarvoor is het te schandalig. Er waren dus vrouwen die deden wat Jezus’ leerlingen deden: hem volgen en bijdragen aan de kas. Ze zullen ze niet zijn meegereisd zonder Jezus’ goedkeuring.
Waren het ook officieel erkende leerlingen? Ik vermoed dat Jezus ze niet zo heeft genoemd. Deze man wilde het Koninkrijk Gods brengen en had daarbij alle steun nodig die hij kon vinden. Dat vrouwen als leerlingen met hem meereisden was één ding, dat ze geld meenamen was mooi meegenomen, maar ze erkennen als leerling ging te ver. Dat zou de kans op steun van anderen hebben verkleind. Dat laat onverlet dat er vrouwen waren die in alle opzichten, behalve in naam, golden als Jezus’ leerlingen.