Jan Pieter van de Giessen wijst in een recente blogpost op twee verschijnselen: de oude traditie van de christelijke kerk, vooral de katholieken, om een speciale plaats in te ruimen voor de verering van Maria, en de betrekkelijk recente terugkeer van de verering van het vrouwelijke. Die laatste heeft ruwweg twee verschijningsvormen: de meest opvallende is die van de ‘nieuwe heidenen’ (ik gebruik dit woord als vertaling van het Engelse ‘neopagan’) die geloven in een New Age; daarnaast zijn er christelijke, feministische theologen die het vroege christendom te lijf gaan.
De tussenposities sla ik gemakshalve over; de eerste en derde posities beschouw ik als acceptabel, zowel voor een gelovig als een niet-gelovig iemand, de tweede daarentegen beschouw ik als onzinnig. Het staat eenieder nach seiner façon selig zu werden, maar sommige oriëntaties zijn zo evident anti-intellectueel dat ik ze niet serieus kan nemen.
Eerst een woord over de aloude christelijke traditie. Al in het evangelie van Lukas heeft Maria een bijzondere positie, en de gedachte dat de moeder van Jezus de evangelist persoonlijk kende, lijkt mij geen al te gekke. Evenmin is het wonderlijk dat de eerste gelovigen de moeder van hun messias met respect bejegenden. Op haar verklaarden ze het jesajaanse vers dat “een jonge vrouw zwanger zal worden” van toepassing, waarover ik al eerder blogde. Lukas wijst er eveneens dat Maria nog geen omgang met haar man had gehad toen ze in verwachting raakte (Lukas 1.34).
Maria’s zwangerschap geldt in de hele christelijke traditie als een wonder. Al in de tweede eeuw waren er mensen die hun ongeloof uitspraken, maar zij werden van repliek gediend met een nogal smakeloos verhaal in het zogeheten Proto-Evangelie van Jakobus. Hierin wordt verteld dat de verloskundige die Maria bijstaat, een zekere Salome, nogal verbaasd is dat Maria beweert zwanger te zijn geworden zonder omgang met een man te hebben gehad. Als ze haar hand naar Maria’s schoot uitstrekt, verlamt deze meteen, en pas als ze begrijpt dat dit de straf was voor haar twijfel, geneest het kindje Jezus haar. Smaakvol is anders, maar het bewijst dat het wonder van Maria’s maagdelijkheid al in de tweede eeuw een punt was waaraan christenen hechtten. Meer in het algemeen bevat het Proto-Evangelie van Jakobus informatie die Maria’s speciale status benadrukt.
Waarom? Dat is nou eens een goede vraag. De evangeliën bevatten wonderbaarlijke verhalen over verschillende mensen, maar geen ervan leidde tot een tekst als het Proto-Evangelie. Eerlijk gezegd vermoed ik dat het verhaal van Maria’s bovennatuurlijke zwangerschap deze verdediging opriep, juist omdat er zo’n alleszins aardse verklaring bestond, en omdat het christendom werd bekritiseerd: “pff, jullie zogenaamde verlosser is de zoon van een vrouw die vreemdging”. De joodse traditie bevat een echo van deze polemieken: de Talmoed suggereert dat Jezus feitelijk was verwekt door een soldaat met de naam Panter.
Hoe dit ook zij: in de tweede eeuw was Maria’s maagdelijkheid voor de gelovigen een belangrijke kwestie. Het zou er niet bij blijven. Daarover morgen.
jul 26, 2011 @ 09:08:49
Dat is niet uit te sluiten, maar is het noodzakelijk om de verhalen van Lucas te verklaren? De geboorteverhalen stellen ons voor een aantal historische moeilijkheden die het onwaarschijnlijk maken dat Lucas goed was geïnformeerd door een ooggetuige over die periode. Om van de tegenstrijdigheden met Matteüs nog maar te zwijgen.
Ook chronologisch is er een probleem. Maria was bij de kruisiging al minstens 40 jaar, terwijl Lucas pas tegen het einde van de eerste eeuw schrijft.