Terwijl op de radio valt te beluisteren hoe de voetbalcompetitie ten einde loopt en het opvallend rustig is op straat, wijd ik mij aan een zaak die ongetwijfeld van minder maatschappelijk belang is: met welke vertaling wil ik mijn voornemen uitvoeren de Bijbel chronologisch door te nemen? (toelichting)

Er is voor elke vertaling wel wat te zeggen. Mijn eerste kennismaking met de Bijbel was als kind. Mijn ouders lazen vaak voor uit een kinderbijbel. Wie jarig was, mocht kiezen welk verhaal hij of zij wilde horen, en mijn broers en ik vroegen dan altijd om Daniël in de leeuwenkuil, omdat daar zo’n mooie tekening bij zat.

Ik weiger te denken dat die kinderlijke keuze onzinnig was. Ze is althans niet onzinniger dan de veelgemaakte keuze voor de Statenvertaling omdat die nu eenmaal zo mooi en verheven klinkt – een argument dat je in sommige gereformeerde kerken wel hoort. Ieder z’n traditie natuurlijk, daar niet van. De katholieken hun sacramenten en de protestanten de klankkleur van hun Schrift. Maar de Bijbel is een veelkleurig kunstwerk, onze taal verandert en vertalers weten sommige dingen nu beter dan hun voorgangers. De Statenvertaling, hoe dierbaar ook, is te eenzijdig van kleur, is verouderd in taal en is op punten achterhaald.

Die argumenten gelden in feite voor elke Bijbelvertaling, of het nu de NBG-vertaling van 1951 is, de Canisiusvertaling waarin ik ooit de Bijbel voor het eerst verkende, de joodse Dasbergvertaling of n’importe welke andere vertaling. Het zal ook eens gelden voor de Nieuwe Bijbelvertaling, die inmiddels ook alweer zes jaar oud is.

Het geldt zelfs in sterkere mate voor twee andere vertalingen: de Groot Nieuwsbijbel en de Naardense vertaling. De eerste heeft radicaal gekozen voor de doeltaal, de moderne Nederlandse spreektaal, de tweede voor de brontalen, het Hebreeuws en het Grieks. Voor beide keuzes valt wel degelijk iets te zeggen -de eerste tekst is goed voor een snelle kennismaking en de tweede is buitengewoon poëtisch- maar ze zullen snel verouderd gaan klinken, juist doordat ze afwijken van de normale schrijftaal.

Schrijftaalvertalingen verouderen minder snel, en als je tussen de verschillende opties moet kiezen, is de recentste simpelweg de beste, omdat daarin de recentste wetenschappelijke inzichten zijn verwerkt. Het Hebreeuws kan ik niet beoordelen, maar het Grieks wel, en daarvan weet ik dat de ontwikkeling van de partikeltheorie een wereld van verschil uitmaakt.

Zo kom ik dus uit op de Nieuwe Bijbelvertaling, en binnen het aanbod daarvan vanzelfsprekend op de Studiebijbel. Een beetje een ongelukkige naam (er is ook een andere, zeer goede Studiebijbel), maar de oude tekst is in deze versie tenminste voorzien van voetnoten, verwijzingen en toelichtingen, precies zoals ooit de Willibrordvertaling. Een vertaling zoals het hoort, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Herodotosvertaling van Hein van Dolen of de Philovertaling van Gé de Vries, uitgaven die ook de annotatie bevatten die de moderne lezer nodig heeft bij een eeuwenoude tekst.

We hebben tot 2008 op de Nieuwe Bijbelvertaling/Studiebijbel moeten wachten; eerst kwam de NBV op de markt in een versie zonder toelichting. Onbegrijpelijk, ja onverantwoord. Antieke teksten vergen duiding, maar het NBG en de KBS hebben vier jaar lang geweigerd die te geven. Een gotspe.