Een vriendin van mijn zoon is moeder geworden en dat betekent, in onze tijd, dat alle moeders in de kennissenkring worden ingezet om op de kinderen te passen. En zo had ik ineens een baby tot last – zeer tot mijn vreugde overigens, want de rol van oma bevalt me best. Wat me trof was de totale weerloosheid en afhankelijkheid van het lieve meisje.
Ineens realiseerde ik me de betekenis van een Bijbelvers dat ik wel duizend keer heb gelezen zonder te zien wat er nu echt staat: Jezus’ opmerking dat, als je niet als je niet verandert en wordt als een kind, je het koninkrijk van de hemel zeker niet zult binnengaan (Mt 18.3).
Het Griekse woord is pais, dat niet helemaal dezelfde betekenis heeft als ons woord “kind”. Bij ons verwijst dat naar iedereen tussen de leeftijdsklasse der kleuters en pubers, dus zeg, ruim genomen, de kinderen van vijf tot dertien. Het Griekse woord heeft echter een heel sterke associatie met geboorte: het kan slaan op bijvoorbeeld je afstammelingen, dus op iedereen die uit een bepaald huwelijk geboortig is.
De betekenis van Jezus’ woorden is dus niet dat we vrolijk en onbevangen moeten zijn als een kind, maar dat we, in onze overgave aan God en vertrouwen op het Koninkrijk, zo kwetsbaar moeten zijn als een baby. Het is een van de vele opmerkingen van Jezus die getuigen van een bovenmenselijk radicalisme.
